niet iedereen kan stenen gooien

In de podcast serie Niet iedereen kan stenen gooien, neemt Arjan El Fassed je mee op zijn zoektocht naar de bewogen geschiedenis van zijn familie in Palestina. Aan de hand van verhalen van zijn Palestijnse familie wordt de geschiedenis op een persoonlijke manier verteld.



Afleveringen: #1 de aanslag | #2 de opstand | #3 de oorlog | #4 de catastrofe | #5 de tunnel | #6 de invasie | #7 de strook | #8 het huis | #9 het beleg
Deze podcast eenvoudig delen kan via deze link of direct in je favoriete podcast app.

Shownotes #8 - het huis

niet iedereen kan stenen gooien - gaza
In deze aflevering gaan we terug naar Jeruzalem en het Orient House. Faisal Husseini is overleden en tienduizenden Palestijnen, die al jaren de toegang tot de stad zijn ontzegd, veranderen de rouwstoet in een overwinningstocht.

Twee maanden later, op 10 augustus 2001, werd het Orient House definitief gesloten. Niet alleen zijn de deuren verzegeld maar vrachtwagens vol onbetaalbare archieven en documenten zijn geroofd. Een verhaal over hoe Israël de geschiedenis gijzelt en de onstuitbare veerkracht van Palestijnen.


Audio bronnen en citaten: NOS Jaaroverzichten, RTL, VTM, AVRO’s Televizier, Het Capitool, UN Audiovisual Library, C-SPAN

Artikelen: The Looted Archives of the Orient House (IPS, 2001), Destruction and Pillage of Palestinian Cultural Heritage, archives and libraries since 1948 (Columbia University), Mourning the ‘Son of Jerusalem’: Faisal al-Husseini (Jerusalem Quarterly, 2001)

Documenten: Verslag van een algemeen overleg, Tweede Kamer (23 432, nr. 8, 24 januari 1996), Palestinian houses in West Jerusalem: Stories and Photographs (Zochrot, 2014)

Documentaires en films: A Reel War: Shalal (Karmit Mandel, 2021), The Great Book Robbery (Benny Brunner, 2012), Looted and Hidden - Palestinian Archives in Israel (Rona Sela, 2017), Kings and Extras: Digging for a Palestinian Image (Azza El-Hassan, 2004)


Deze podcast eenvoudig delen kan via deze link of direct in je favoriete podcast app.

Script #8 - het huis


Het is de nacht van 10 augustus 2001. Voor het Orient House in Jeruzalem verzamelen Israelische troepen. Ze breken de poort open, vallen bewakers aan, bestormen hetn gebouw en nemen historische archieven en documenten in beslag.

Het gebouw diende als kantoor voor het Palestijnse onderhandelingsteam. en was het hoofdkwartier van Faisal Husseini. De Palestijnse vader van Jeruzalem was net ervoor onder grote belangstelling begraven in Jeruzalem.

Het is 1 juni 2001. Ik sta voor het Orient House in Jeruzalem. Het is een historische dag. Niet ver hiervandaan, in de wijk Wadi Joz, net buiten de muren van de Oude Stad, werd mijn vader geboren.

Mijn familie heeft net als vele Palestijnen, diepe wortels en een nauwe band met de stad. Mijn oma groeide hier op en haar familie heeft er lange tijd gewoond. Toen mijn vader in 1941 werd geboren, stond de stad op het punt van scheuring. Jeruzalem viel in die tijd onder het Britse Mandaat.

De geschiedenis van Jeruzalem is een verhaal van opeenvolgende machthebbers, van opstanden en gebroken beloften. Tijdens de Eerste Wereldoorlog, op 11 december 1917, viel de stad in handen van Britse troepen. Tijdens het Ottomaanse tijdperk, was Jeruzalem uitgegroeid tot de grootste Palestijnse stad, het onbetwiste politieke en culturele centrum van Palestina.

De tegenstrijdige beloften van Engeland aan zowel Arabieren als zionistische joden en de opstand tegen het Britse Mandaat, dwong de Britten in 1948 tot het verlaten van het gebied.


In 1947 besloten de Verenigde Naties tot de verdeling van Palestina. Jeruzalem zou een corpus separatum worden, een afzonderlijk gebied met een speciale internationale status. Maar de werkelijkheid trok zich niets aan van internationale resoluties. Toen de gevechten uitbraken in Jeruzalem, was mijn vader zeven. De wijk waar zijn geboortehuis staat, Wadi Joz, werd al snel een toevluchtsoord voor verdreven Palestijnen uit de westelijke wijken van de stad. Je kunt die huizen nog steeds herkennen aan de siertegels uit de tegelfabriek van mijn overgrootvader in Nabloes.

In het noorden ligt de wijk Shaikh Jarrah. Hier voorkomen de Britten dat de gewapende Haganah de wijk zou binnenvallen. Tot op de dag van vandaag proberen kolonisten hier nog steeds huizen over te nemen en worden nog steeds Palestijnse huizen gesloopt.

Het is een zonnige dag, maar de lucht is geladen met politieke spanning. We wachten bij het Orient House op een begrafenisstoet. Faissal Husseini is overleden. Hij was een geliefd politicus, door velen gezien als een soort Palestijnse burgemeester van Jeruzalem. Op Yasser Arafat na was Faissal het belangrijkste lid van Arafat’s politieke beweging.

Madrid

In 1991 speelde Husseini een sleutelrol bij het begin van het vredesproces in Madrid. Hij leidde het team op de vredesconferentie en werd, ondanks Israëlische bezwaren, een centrale figuur in die besprekingen. Het Orient House was zijn hoofdkwartier, het Palestijnse diplomatieke centrum van Jeruzalem – en daarmee een doorn in het oog van Israël. Faissal Husseini verzette zich tegen die bezetting. Een verzet dat hij betaalde met vele maanden in Israëlische gevangenissen en diverse periodes onder huisarrest. Hij was zo vaak opgepakt dat hij een kleine koffer bij zich hield met pyjama’s, ondergoed, slippers, scheergerei en een kleine inhalator voor zijn astma. In Israelische gevangenissen leerde hij vloeiend Hebreeuws.

Het statige Orient House is in 1897 gebouwd door een oud familielid van Faisal. Een rijke landeigenaar en ambtenaar Ismail Musa Husseini. De Duitse keizer Wilhelm gaf er tijdens een bezoek aan Jeruzalem in 1909 een theekransje. En de Ethiopische keizer Haile Selassie was er toen hij door de Italianen uit Abessinië was verdreven.

Het Orient House bood onderdak aan vluchtelingen en wezen en na de oorlog van 1948 diende het tijdelijk als hoofdkwartier voor de Verenigde Naties en werd daarna een van de eerste hotels in Oost-Jeruzalem. Na de bezetting in 1967 ging het hotel dicht.

De Mughrabi wijk

Vandaag is het een centrum van rouw. De kist met het lichaam van Husseini is onderweg van Ramallah naar Jeruzalem. De Palestijnse Autoriteit heeft een nationale rouwperiode afgekondigd. In Ramallah verzamelen honderden Palestijnen om hun respect te betuigen aan Husseini, terwijl Arafat’s veiligheidstroepen zijn kist, versierd met een Palestijnse vlag en bloemen, klaarmaken voor de stoet naar Jeruzalem.

Hier, bij het Orient House, zal een condoleance worden gehouden, Daarna zal Husseini begraven worden in de oude stad van Jeruzalem, vlak bij de Aqsa Moskee in een graf naast zijn vader, de verzetsheld Abdel Qader Husseini, die in 1948 sneuvelde tijdens de slag om Al Qastel.

De tocht van Ramallah naar Jeruzalem is beladen. Tienduizenden Palestijnen zijn op de been en trotseren Israëlische afzettingen om de stoet te begeleiden. Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever worden al maanden toegang ontzegd tot Jeruzalem. In 1967 viel Israël de oostelijke wijken van Jeruzalem aan en annexeerde de rest van de stad. Dit in schending van het internationaal recht en ontelbare VN resoluties.


Op 10 juni 1967, amper vier uur nadat de wapenstilstand van de Zesdaagse oorlog was ondertekend, rolden Israelische bulldozers door de Zionpoort en werd de historische Mughrabi buurt dat grenst aan de klaagmuur in twee dagen met de grond gelijk gemaakt.

Bewoners kregen via luidsprekers de opdracht hun huizen te verlaten. Persoonlijke bezittingen werden begraven en vermalen tot puin. Bussen stonden bij de Damascuspoort klaar om de verdreven bewoners naar Jordanie te deporteren. Tegenwoordig zullen maar weinig bezoekers van het grote plein voor de klaagmuur zich bewust zijn van deze geschiedenis.

Met de volledige bezetting van Jeruzalem, onteigening van land en de bouw van nederzettingen, annexeerde Israël de facto de gehele stad. Dit beleid was in strijd met het internationaal recht en werd herhaaldelijk bevestigd in internationale resoluties. Na de Golfoorlog werd Faissal Husseini benoemd tot hoofd van het Palestijnse onderhandelingsteam bij de vredesconferentie in Madrid. Ondanks Israëlische bezwaren tegen zijn aanwezigheid, speelde hij een cruciale rol in de besprekingen die volgden.

Arrest

Het Orient House was méér dan een gebouw. Het was de belichaming van de Palestijnse aanwezigheid in Jeruzalem. Het was de plek waar Palestijnen samenkwamen, waar plannen werden gesmeed voor de toekomst van Oost-Jeruzalem, en waar de Palestijnse vlag als enige in de stad openlijk wapperde. De Israëlische regering zag Jeruzalem als zijn hoofdstad en beschouwde elk officieel bezoek aan Husseini in dit huis als een ondermijning van die claim. Desondanks had Shimon Peres tijdens de onderhandelingen over de Oslo Akkoorden in 1993 garanties gegeven dat Palestijnse instituties in Jeruzalem ongemoeid zouden blijven.

Bij de onderhandelingen en de latere akkoorden werden de status van Jeruzalem, net zoals nederzettingen, grenzen en vluchtelingen buiten beschouwing gelaten en doorgeschoven naar de toekomst. Dit gaf Israël de vrije hand: de bouw van nederzettingen ging onverminderd door, land werd onteigend en Palestijnse politieke activiteiten in de stad werden verboden.

In 1983 richtte Faissal Husseini een wetenschappelijk instituut op in het Orient House en bracht er Palestijnse archieven in onder. De bibliotheek huisvestte meer dan 17 duizend boeken, duizenden documenten en een audioarchief met daarin onder andere unieke interviews met ooggetuigen van de opstand van 1936.

Toen Husseini in 1987 zijn huisarrest net was opgeheven, sloegen de Israëlische troepen toe. Ze drongen het Orient House binnen en sloten het gebouw. Husseini werd opnieuw gevangen gezet. Ze hadden in zijn kantoor een document gevonden over de oprichting van de Palestijnse staat in 1988. De volksopstand was toen in volle gang. Het Orient House bleef gesloten tot na de vredesconferentie in Madrid.

Politiek adres

In 1991 werd Faissal Husseini benoemd in de commissie die de Madrid-conferentie moest voorbereiden. Israël weigerde te praten met Palestijnen uit de diaspora én uit Jeruzalem, en verbood zijn deelname. Desondanks groeide Husseini uit tot een van de belangrijkste onderhandelaars in het vredesproces.

Het Orient House werd het de facto politieke adres in de bezette gebieden. Het ontving buitenlandse bezoekers, het huisvestte vergaderingen van het Palestijnse onderhandelingsteam. De stoet is vertrokken.

Onderweg stopt de menigte met de kist voor Faisal’s huis in Shuafat. Een noordelijke wijk in Oost Jeruzalem. In deze buurt woonde tot haar dood een van mijn van oma’s zussen. De spanning in de stad is voelbaar. Het Israëlische leger en de politie zijn in de hoogste staat van paraatheid. Geruchten gonzen: zal de begrafenisstoet wel toestemming krijgen om door de Oude Stad te gaan? Het Orient House was een symbool van internationaal verzet tegen de bezetting. Een plek waar de Palestijnse stem in Jeruzalem kon worden gehoord.


In 1995 koos minister van Buitenlandse Zaken, Hans van Mierlo, ervoor om het Orient House te mijden. Tijdens een staatsbezoek vond een ontmoeting met Husseini daarom plaats in het huis van de Nederlandse vertegenwoordiger. De druk van Israël bleek te groot. Later veranderde dit. Bij een volgend bezoek besloot Van Mierlo zijn belofte aan Husseini na te komen. Hij zou het gebouw dit keer wel bezoeken.

Van Mierlo’s besluit leidde tot een diplomatieke storm. Zijn Europese collega’s drongen erop aan het Europese beleid om Orient House wel te bezoeken niet te doorbreken. En in Den Haag werd het onrustig. De minister moest zijn kerstvakantie onderbreken voor een speciaal algemeen overleg van de Tweede Kamer. Het is woensdag 10 januari.

CDA Kamerlid Jaap de Hoop Scheffer vond dat Nederland niet tegen de schenen van Israël moest schoppen maar Van Mierlo wees hem er echter fijntjes op dat CDA bewindslieden als Pieter Kooijmans en Hans van den Broek eerder al eens op het bordes van het Orient House hadden gestaan.

Op 18 januari 1996 bracht Van Mierlo, ondanks alle protesten, zijn bezoek aan het Orient House en sprak hij anderhalf uur met Husseini. Faissal merkte toen laconiek op dat de Nederlandse kritiek vooral had gezorgd voor méér aandacht.

Het Orient House bleef een doorn in het oog van Israël. De dreigementen escaleerden. Wegen werden geblokkeerd om bezoeken van buitenlandse ministers te verhinderen. En Shimon Peres dreigde zelfs met de sluiting van het gebouw. Europese ministers besloten daarop het gebouw tijdelijk te mijden.

Duizenden mensen staan voor het Orient House. Er wapperen Palestijnse vlaggen. Faissal Husseini’s portret prijkt aan de gevel. Langs de poort van het binnenterrein houden jongeren de wacht. We condoleren Faissal’s familie. En dan het nieuws dat we hoopten te horen: het leger heeft de kist en de menigte laten passeren.

Blokkade

Voor veel Palestijnen is dit de eerste keer sinds jaren dat ze naar Jeruzalem kunnen reizen. Sommigen zullen van de gelegenheid gebruik maken om familie te bezoeken, anderen zijn hier enkel voor Faissal. We nemen een andere route. We willen eerder bij de Damascuspoort zijn, om de stoet te zien aankomen.

Een paar maanden geleden werd Ariel Sharon gekozen tot premier. Het was Sharon die met zijn provocerende bezoek aan het heilige gebied rond de Aqsa Moskee in september 2000 de vonk gaf aan een nieuwe volksopstand. De Tweede Intifada. Op de muur van de Oude Stad, vlakbij de Damascuspoort, zwaait een jongen met de vlag. Er is geen sprake van stilte of droefheid. De mensen lijken opgewekt, trots. Het lijkt wel een overwinningsoptocht. De enige begrafenis in Jeruzalem die meer mensen op de been bracht, was die van Faissal’s vader in 1948.

Het duurt uren. De stoet is te groot, te massaal. En dan, eindelijk, arriveert de kist. Het onofficiele Palestijnse volkslied, Mowtani, klinkt. De tekst van het lied is geschreven door de bekende dichter uit Nabloes, Ibrahim Touqan. Het lied spreekt over de liefde voor het vaderland en de wil tot opoffering.


Tientallen handen dragen de kist, waarover traditiegetrouw een grote Palestijnse vlag is gedrapeerd. Sommigen gooien bloemen, anderen proberen de kist aan te raken. Een laatste, fysiek contact met de man die hun stem was. Als de kist naar buiten wordt gedragen, lopen we met de stroom mee de straat op. Langzaam beweegt de menigte zich richting de Oude Stad. Het is nog steeds verboden, je kunt voor het dragen van de Palestijnse vlag worden opgepakt. Maar ze wapperen overal, ze zijn niet te stoppen.

In mei 1996 verloor Shimon Peres de verkiezingen van Benjamin Netanyahu. De nieuwe regering beloofde het vredesproces voort te zetten maar kondigde al snel aan nieuwe nederzettingen te bouwen.

Jabal Abu Ghneim

Op 18 maart 1997 gaf de regering van Benjamin Netanyahu groen licht voor de bouw van een nieuwe nederzetting op een heuvel in Jeruzalem, Jabal Abu Gnaim. Met de bouw van deze nederzetting zal Jeruzalem volledig omringd zijn door nederzettingen. Op de heuvel met pijnbomen komen bijna 7 duizend woningen exclusief voor Israelische bewoners. Palestijnen zijn woedend. De nieuwe premier, Benjamin Netanyahu, beloofde ook het Orient House te sluiten. Hij besloot dat hij geen ministers zou ontmoeten die het gebouw wilden bezoeken.

Tijdens een bezoek aan Nederland liet hij nogmaals blijken hoe hij naar het Europese beleid aankijkt. Gesprekken met de Palestijnse Autoriteit werden hervat, maar de onderhandelingen verliepen slecht door de voortgaande bouw van nederzettingen.

In de aanloop naar nieuwe verkiezingen in 1999 probeerde Netanyahu het Orient House opnieuw te sluiten. Verschillende kantoren werden binnengevallen, en Israël eiste dat de activiteiten werden gestaakt. Faissal Husseini kreeg te horen dat het Orient House definitief werd gesloten. Critici zagen dit als een politieke zet om stemmen te winnen. Netanyahu liep immers achter op zijn rivaal Ehud Barak. Het Israëlische Hooggerechtshof stelde de sluiting echter uit.

Spaanse trappen

Op 17 mei 1999 won Barak met een grote meerderheid de verkiezingen en kwam met Husseini overeen dat het Orient House open kon blijven op voorwaarde dat politieke activiteiten zouden worden beperkt. Tegen die tijd was het gebouw niet meer dan een symbool. Na de Oslo-akkoorden werd Faisal Husseini door Arafat gemarginaliseerd. Arafat zag hem als een concurrent en eiste dat buitenlandse delegaties die Husseini ontving in het Orient House, naar hem toe moesten komen. Ook Israël voerde de druk verder op om het Orient House te mijden.

We lopen de Spaanse trappen af naar het plein voor de Damascuspoort. Dit is het hart van Oost-Jeruzalem, waar het Palestijnse openbaar vervoer aankomt en vertrekt, de verbinding met Ramallah, Nabloes, Jenin, Bethlehem, Hebron. Midden op het plein staat een grote lantaarnpaal. Een jongen klimt, een Palestijnse vlag in zijn hand. Bovenin rukt hij, hand voor hand, de beveiligingscamera’s los. Ze vallen op de grond. De bezetter kan niet meer meekijken.

De stoet nadert het plein. Een enorme vlag wordt onder de Damascuspoort gedragen. Langzaam schuift de mensenmassa, achter de kist aan, de Oude Stad binnen. Onderweg naar de Aqsa Moskee komen we langs de Bloemenpoort. Hier hebben ultraorthodoxe kolonisten, geholpen door de Israëlische regering en de gemeenteraad, aan het begin van de jaren zeventig al een groot aantal huizen in bezit genomen.

Tot op de dag van vandaag worden Palestijnen uit de Oude Stad verdreven om kolonisten te kunnen huisvesten. Het is een tactiek die we terugzien in andere Palestijnse wijken, waar kolonisten en het Israëlische leger straten en buurten terroriseren. De begrafenis van Faissal Husseini is voorbij. Zijn strijd is ten einde. Maar de strijd om zijn erfgoed, en dat van zijn volk, staat op het punt te beginnen. In februari 2001 werd Ehud Barak met een grote meerderheid verslagen door Ariel Sharon. Als vergelding voor een aanslag, en goed en wel nadat Faissal Husseini begraven was, besluit Ariel Sharon dat de tijd rijp was om het Orient House permanent te sluiten.


Het is de nacht van 10 augustus 2001. Klokslag 2 uur. Het Orient House is omsingeld en Israëlische speciale eenheden bestormen het gebouw.

Op bevel van toenmalig premier Ariel Sharon worden alle computers, bestanden en vertrouwelijke archieven in beslag genomen. Vrachtwagens vol cruciale documentatie over de onderhandelingspositie van Jeruzalem verdwijnen naar een onbekende bestemming.

Het bevel voor de sluiting was tijdelijk, voor zes maanden. Maar in de daaropvolgende jaren werd het bevel, als een wrede bureaucratische tik, steeds opnieuw verlengd.

Tot op de dag van vandaag blijft het Orient House, dat trotse, historische gebouw gesloten. De vernietiging van Palestijns erfggoed staat niet op zichzelf. Het is de voortdurende uitwissing van het Palestijnse bestaan. Dit begon al in de vorige eeuw.

Archieven

Tijdens de catastrofe van 1948, de Nakba, werden culturele en historische schatten en archieven in beslag genomen uit diverse Palestijnse instituten, privéwoningen en studio’s. Schattingen suggereren dat toen al 30.000 boeken en manuscripten werden geplunderd uit Palestijnse huizen.

Terwijl georganiseerde militaire eenheden archieven in beslag namen, namen individuen en soldaten ook deel aan willekeurige plunderingen van antiekwinkels en fotostudio's. Dit materiaal, buitgemaakt uit woningen of soms van dode of gevangen Palestijnen, vond uiteindelijk zijn weg naar officiële, veelal militaire, Israëlische archieven. Deze plunderingen werden voortgezet in de decennia die volgden. Tijdens de Israëlische invasie van Libanon in 1982 plunderde en confisqueerde Israël de bibliotheek en archieven van de Palestine Liberation Organization (PLO) in Beiroet. De Israëlische strijdkrachten namen hier het archief van Palestijnse films en foto's in beslag. Ongeveer 1200 films werden geconfisqueerd. De in beslag genomen materialen worden ondergebracht in militaire archieven. Ze worden gezien als archiefmateriaal van het Israëlische leger. Hierdoor worden ze onderworpen aan Israëlische militaire wetten en regels, waardoor de toegang ernstig wordt beperkt. De geschiedenis wordt gegijzeld.

Gegijzeld

De oorlog tegen het Palestijnse erfgoed bereikte een ongekende intensiteit tijdens de recente bombardementen op Gaza. De opzettelijke vernietiging van cultureel erfgoed wordt erkend als een oorlogsmisdaad. Zo werd het centraal archief van Gaza-stad volledig verwoest. Ook de historische Omari-moskee, met daarin een belangrijke bibliotheek uit de 7e eeuw met zeldzame boeken, werd vernietigd. Zelfs universiteitsbibliotheken en musea werden door het Israëlische leger geplunderd en verwoest.

De aanhoudende vernietiging, plundering en inbeslagname van archieven ontneemt Palestijnen de mogelijkheid om hun eigen geschiedenis te schrijven. Palestijnen worden gedwongen hun verleden te zoeken in de archieven van de bezetter of andere koloniale machten. Deze machthebbers censureren en classificeren het, en houden daarmee de geschiedenis gevangen.

De deuren van het Orient House zijn tot op de dag van vandaag gesloten gebleven. De onbetaalbare inhoud is door Israël vernietigd of geconfisqueerd. Maar waar het voor staat – het symbool van het Palestijnse politieke leven in Jeruzalem, van het Palestijnse volharden in de stad, tegen alle pogingen om het uit te wissen – blijft even krachtig als altijd.

Op de terugweg komt de stoet langs het huis dat Sharon een paar dagen na het uitbreken van de vorige intifada heeft geannexeerd. Het staat midden in de moslimwijk. Hoewel hij er zelf niet woont, staat er altijd een groep soldaten voor de deur. Er hangt een grote Israëlische vlag aan de gevel. Een provocatie om Palestijnen eraan te herinneren dat ook deze wijk door Israël bezet is. Een jongen loopt langs. Hij laat een verbrand stukje doek zien. Ik kijk naar zijn souvenir en herken nog net een streep blauw en wit. Twee uur was Jeruzalem van de Palestijnen. Even was het alsof de bezetting voorbij was. De jongen legt het verbrande lapje stof op tafel. Nu pas zie ik wat het is. Het is de vlag van Sharon.

Spotify podcast player badge

Apple Podcasts podcast player badge

Podimo Podcasts podcast player badge

NRC Feed podcast player badge

RSS Feed podcast player badge