niet iedereen kan stenen gooien

In de podcast serie Niet iedereen kan stenen gooien, neemt Arjan El Fassed je mee op zijn zoektocht naar de bewogen geschiedenis van zijn familie in Palestina. Aan de hand van verhalen van zijn Palestijnse familie wordt de geschiedenis op een persoonlijke manier verteld.



Afleveringen: #1 de aanslag | #2 de opstand | #3 de oorlog | #4 de catastrofe | #5 de tunnel | #6 de invasie | #7 de strook | #8 het huis | #9 het beleg
Deze podcast eenvoudig delen kan via deze link of direct in je favoriete podcast app.

Shownotes #7 - de strook

niet iedereen kan stenen gooien - gaza
In deze zevende aflevering gaan we terug naar Gaza. Generaties Palestijnen zijn er ontheemd, vervolgd en gedood. Het gebied is afgegrendeld van de buitenwereld. De strook een fragment van Palestina.

Op 22 juli 2002 verwoestte een luchtaanval op een appartementencomplex vele levens. Opgroeien in een bezet gebied omgeven door geweld heeft verwoestende gevolgen vor kinderen.. Wat betekent dit voor Gaza en voor het welzijn en de bescherming van Palestijnse kinderen?


Audio bronnen en citaten: NOS Jaaroverzichten, Hier en Nu (NCRV), Zembla (VARA), Democracy Now, Free Speech Radio, UN Audiovisual Library, C-SPAN

Artikelen: The Gaza Strip: A Case of Economic De-Development, Sara Roy, Journal of Palestine Studies (1987), The Twelve Wars on Gaza, Jean-Pierre Filiu, Journal of Palestine Studies (2014)

Documenten: Razing Rafah, HRW (2004), Impact of trauma on Palestinian children’s mental health: lessons from Gaza studies (2003); Application of the Convention on the Prevention and Punishment of the Crime of Genocide in the Gaza Strip (South Africa v. Israel)

Documentaires en films: Gaza Strip (James Longley, 2001), Elusive Peace: Israel and the Arabs (BBC/PBS, 2005), Habibi (Susan Youssef, 2011), Close your Eyes Hind (2025)


Deze podcast eenvoudig delen kan via deze link of direct in je favoriete podcast app.

Script #7 - de strook


Ra’ed haalde net zijn tweede verjaardag niet. Mohammad kwam niet verder dan vier. Diana was pas 5. Ze werden samen met hun moeder Iman gedood. Ala zou naar de middelbare school gaan. Hij was net 11. De jongste – Dina, was slechts twee maanden.

De Israëlische premier Ariel Sharon noemde de aanval van de Israëlische jachtbommenwerper boven Gaza een groot succes. Twee dagen lang durfde niemand Hanaa te vertellen dat haar 2 maanden oude dochter was gedood. Ze had in het ziekenhuis nog beschreven wat Dina aan had zodat ze haar konden herkennen in het puin. In de podcast serie Niet iedereen kan stenen gooien neem ik je mee op mijn zoektocht naar de bewogen geschiedenis van mijn familie in Palestina.

In deze aflevering gaan we terug naar Gaza. In de zomer van 1981 was ik op familiebezoek in Palestina. Als ze er naar gevraagd werden, zeiden mijn ouders dat we naar het Midden-Oosten gingen. Dit om discussies te voorkomen. In die tijd was het nog mogelijk om met de auto met een Palestijns kenteken van Nabloes naar Gaza te rijden.

Welkom in Gaza - staat er op een bord. De lange weg loopt naar Gaza stad met daarachter de kampen die zich uitstrekken naar de zee. We bezochten Jabalia, het grootste vluchtelingenkamp in Gaza, gingen naar het strand en zwommn in de zee. Gaza is een fragment van Palestina. Op een oppervlakte van 360 vierkante kilometer woonden toen 460 duizend Palestijnen en 2 duizend kolonisten opeengepakt in een van de dichtsbevolkte gebieden ter wereld.

Vóór de catastrofe van 1948 woonden er 80 duizend Palestijnen. De economie was verbonden met zuid Palestina, Hebron en Bir Saba en Eygpte. Gaza stad was de op twee na grootste Palestijnse havenstad. Khan Younis en Rafah waren belangrijke marktplaatsen voor lokale landbouw produkten en Rafah was de laatste halte op de spoorlijn naar Egypte. Na de catastrofe in 1948 was de bevolking in Gaza enorm gegroeid door de toevloed van 200.000 vluchtelingen. De meeste van hen kwamen uit dorpen en steden in de buurt.

In het VN Verdelingsplan van 1947 zou Gaza een van de belangrijkste havensteden worden van de toekomstige staat. De massale toestroom van vluchtelingen leidde ertoe dat de lokale economie instortte. De haven verloor het grootste deel. De Gazastrook kwam onder Egyptische militaire controle maar de vluchtelingen wilden terug naar hun huizen en dorpen. Zij probeerden regelmatig de bestandslijn over te sluipen om achtergelaten bezittingen terug te halen. Zij die niet door Israel werden gedood of gevangen genomen, riskeerden bij terugkeer strenge straffen van het Egyptische leger. Een plan van Egypte, de VN en de Verenigde Staten om Palestijnen in de Sinai te hervestigen kon rekenen op enorme protesten.


Tijdens de Suezcrisis van 1956 bezette Israël de Gazastrook. Terwijl de wereldwijde aandacht gericht was op Egypte, werden in Khan Yunis en Rafah honderden Palestijnen opgepakt en standrechtelijk geëxecuteerd. Onder internationale druk moesten de legers van Israel, Frankrijk en Engeland zich terugtrekken. In de Gazastrook werd een VN leger gestationeerd.

En dan - in 1967 - valt het Israelische leger Gaza opnieuw aan. Kort daarvoor hadden de VN troepen Gaza verlaten. In Gaza duurde de oorlog 48 uur. Een tiende van de bevolking in de strook werd opnieuw gedwongen te vluchten. Duizenden huizen werden verwoest om plaats te maken voor brede patrouillewegen voor het Israelische leger. Het gebied werd onbewoonbaar voor duizenden Palestijnen. Ariel Sharon, de latere premier van Israel, had in die tijd de militaire leiding over het gebied. Ze noemden hem ‘de bulldozer’.

Dagelijks pendelen duizenden Gazanen naar Israel om te werken als goedkope arbeidskrachten. Onderweg rijden ze langs de dorpen en steden waar vandaan hun families zijn verdreven. De haven van Gaza die tijdens de oorlog was verwoest werd niet hersteld en handel - vooral van citrus producten was onmogelijk gemaakt. Een bekende Gazaan Haider Abdel Shafi had in de jaren 70 niet alleen de Palestijnse Rode Halve Maan opgericht maar was ook samen met mijn oom een van de grondleggers van de nationale beweging van lokaal verkozen burgemeesters en maatschappelijke organisaties in die tijd.

De Camp David Akkoorden betekende weinig voor Palestijnen. Het Israelische leger trok zich weliswaar terug uit de Sinaï woestijn maar in Gaza nam Israelische repressie verder toe. Langs de kust werd land onteigend voor Israelische nederzettingen. In de overbevolkte vluchtelingenkampen heerst armoede en werkloosheid.

Het was in Jabalia, het grootste vluchtelingenkamp, waar op 9 december 1987 de Palestijnse volksopstand uitbrak. Daar rijdt een Israëlisch leger in op een busje met Palestijnse arbeiders. Vier Palestijnen uit Jabalia werden gedood toen ze werden aangereden door een Israelisch legervoertuig. De begrafenis ontaardde in een massaal protest. De volgende dag verspreidden demonstraties naar de Westelijke Jordaanoever. Mijn neef vertelde dat een jaar eerder twee medestudenten aan de Birzeit universiteit door het Israelische leger werden gedood. Jawad en Saeb waren 22 jaar. Ze woonden in Gaza en hun dood leidde tot demonstraties die zich verspreidden over de meeste kampen en scholen in Gaza. Een dag later werd de universiteit gesloten. Dagelijks werden Gazanen geconfronteerd met willekeurige arrestaties, vernederingen en een verbod op elke referentie naar Palestina. Een pasjes systeem werd ingevoerd om Palestijnen verder te beperken.

In januari 1991 trekt Israel het algemene uitreisbevel in. Vanaf dat moment moeten Palestijnen voor elke reis toestemming vragen. Het aantal werknemers dat kon werken werd drastisch verminderd. Vele families was dat tot dan het enige inkomen. Nog iets later wordt een hek om Gaza gebouwd. Israël kon nu willekeurig de volledige strook afsluiten.

In 1994 droeg Israël de gedeeltelijke verantwoordelijkheid voor het bestuur van de Gazastrook en Jericho over aan de nieuw opgerichte Palestijnse Autoriteit. PLO-leider Yasser Arafat keerde in juli 1994 terug naar Gaza en vestigde daar aanvankelijk de hoofdzetel van de PA. Mijn familie hoopten net als veel Palestijnen op vrijheid maar werd geconfronteerd met een Palestijns leiderschap dat hun rechten opgaf in ruil voor persoonlijke erkenning en de schijn van macht. Er werd afgesproken dat de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever als één gebied moesten worden gezien, en men hoopte dat reizen tussen de twee gebieden makkelijker zou worden. Maar de realiteit bleek anders. Het vredesproces werd een opeenstapeling van illusies. Zelfs tijdens de hoogtijdagen van het vredesproces werd het Palestijnen in de Gazastrook verboden de hoofdwegen te gebruiken. Het Israelische leger had deze gereserveerd voor exclusief gebruik door kolonisten.

In die periode bezocht ik Gaza geregeld voor werk. Om de maand reisde ik naar de strook om de uitslagen van opiniepeilingen op te halen. Voordat je Gaza binnen kon komen moest je door de enorme, fortachtige grensovergang Erez. Een reis door de 45 kilometer strook kon op een goede dag ruim 3 uur duren. Op een slechte dag deed je er 8 uur over. In Gaza was het Israelische controlesysteem over elk aspect van het leven alom vertegenwoordigd.

Ik werkte voor een Palestijns onderzoekscentrum dat geregeld de mening peilde van Palestijnen over het vredesproces en het functioneren van de kersverse Palestijnse Autoriteit. Daarnaast werkte ik voor de Nationale Ombudsman. Deze organisatie ontving, onderzocht en behandelde klachten over mensenrechten. Ik was toen de enige op kantoor die met een buitenlands paspoort werd toegelaten.

De Nationale Ombudsman was opgericht in 1993 en werd geleid door de Palestijnse psychiater Iyad Sarraj. Hij had een aantal jaren eerder in Gaza een centrum voor mentale gezondheid opgericht. Zijn werk richtte zich vooral op kinderen en jongeren. Eyad maakte zich zorgen. Er was geen plek voor geestelijke gezondheid, geen infrastructuur en geen professionele zorg. Hij begreep de emotionele staat van jongeren, waarin families zijn verwoest en vaders hun plek hadden verloren door mishandeling en vernedering of doordat ze opgesloten, gedood of gewond waren.

Eyad had een belangrijke overtuiging. Hij vertelde me dat bijna iedereen in Gaza heeft geweld van dichtbij meegemaakt. Meer dan de helft heeft gezien hoe zijn of haar vader werd afgeranseld en vernederd door Israëlische soldaten, en iets minder dan de helft is zelf ooit gewond geraakt. Terwijl onderdrukking en het verzet daartegen vele vormen kan aannemen, ligt de krachtigste vorm in het bewaren van iemands menselijkheid in de aanwezigheid van wreedheid en in het zoeken naar die menselijkheid in anderen.

Het was ook in diezelfde periode dat ik Raji Sourani, de belangrijkste mensenrechtenadvocaat in Gaza, leerde kennen. Zowel Iyad als Raji waren zeer uitgesproken en kritisch, zowel op Israel als op de kersverse Palestijnse Autoriteit. De Palestijnse Autoriteit kwam al snel onder vuur te liggen wegens het verkwanselen van rechten, mensenrechten schendingen en corruptie. Journalisten werden geintimideerd en kritiek op het Oslo proces en Arafat was taboe. Raji werd in 1995 meerdere keren gearresteerd nadat zijn mensenrechten organisatie kritiek had geuit op de Palestijnse Autoriteit. Iyad werd dat jaar drie keer gearresteerd door Yasser Arafat’s veiligheidsdiensten. Tijdens zijn derde detentie werd hij fysiek mishandeld. Hij noemde de Palestijnse Autoriteit corrupt, dictatoriaal en onderdrukkend. Intussen werd de Gazastrook steeds vaker afgesneden van de buitenwereld. Ondanks pogingen tot herstel, zoals de plannen voor een haven in Gaza, werd elke poging tot onafhankelijkheid gesaboteerd.

De haven

Op een regenachtige dag op 18 januari 1996, schuilden onder het dak van Yasser Arafats residentie in Gaza, premier Kok, Hans van Mierlo, de toenmalige minister van buitenlandse zaken en een groepje journalisten. Ze waren daar voor het symbolisch leggen van de eerste steen voor een Palestijnse haven. De bouw was zelfs vastgelegd in de Oslo akkoorden. Twee jaar later was er nog geen steen bijgekomen. De belangrijkste reden: de in 1996 voor het eerst verkozen premier Benjamin Netanyahu - een fervant tegenstander van Oslo. De enorme vertraging met de bouw irriteerde Premier Kok. Mondjesmaat uitte Nederland kritiek, eigenlijk ondenkbaar in die periode.

Met de start van de tweede intifada in september 2000 werden de werkzaamheden voorgoed stilgelegd. Een jaar later, rolden Israelische tanks en bulldozers over de bouwplaats, alles werd met de grond gelijk gemaakt.

Vlak na het begin van de tweede grote opstand in september raakte de meeste Palestijnen uit Gaza die nog werk hadden hun baan kwijt. Ook werden alle grensovergangen gesloten en werd import uit Gaza verboden.


Meer dan de helft van het grondgebied in Gaza werd gecontroleerd door 20 duizend Israelische soldaten en 6 duizend kolonisten. Veertig militaire controle posten, wegblokkades en een zestig kilometer lang hek maakten de Gazastrook tot de grootste openluchtgevangenis ter wereld. Het Oslo-proces was mislukt, en velen, waaronder mijn familie en vrienden, hadden dat al lang zien aankomen.

Rafah

De omgeving ziet eruit alsof er een aardbeving is geweest. Het is begin 2002. Ik werk inmiddels voor een mensenrechten organisatie. Samen met collega’s en medewerkers van Raji ben ik in Rafah, in het zuiden van de Gazastrook. Mensen zijn opnieuw ontheemd. Twee tieners, Manar en Mahmoud trekken me aan de hand door blok O en J van het vluchtelingenkamp. Tientallen tanks en pantserwagens trokken hier ‘s nachts een spoor van vernieling.

Er wonen zo’n 145 duizend Palestijnen in Rafah. Het is een van de armste en meest verwoeste gebieden in de Gazastrook. Door Israelische wachtposten is de stad afgesneden van de noordelijke helft van de Gazastrook en kunnen mensen zich niet vrij bewegen. Rafah ligt op 10 kilometer van de Middellandse Zee maar toegang is geblokkeerd door de Israelische nederzetting Gush Katif dat langs de kust loopt. Een gebied met de beste waterbronnen van Gaza.

Veel buurten zijn vernoemd naar landerijen die eigendom waren van de oorspronkelijke bewoners van Rafah. Het vluchtelingenkamp werd na de oorlog en massale ontheemding in 1948 opgericht om vluchtelingen op te vangen en is verdeeld in verschillende alfabetische blokken. De bevolkingsdichtheid is hoog.

Het grensgebied tussen Egypte en de Gazastrook snijdt dwars door gezinnen en families. Langs de grens is een roze zone van 100 meter breed, zwaar bewaakt door het Israelische leger. De kleur is afkomstig van de kaart die als bijlage diende bij het Gaza-Jericho akkoord tussen de PLO en Israël uit 1994.


De grenspoort van Rafah met Egypte was ooit de weg die naar het Canadese vluchtelingenkamp van Rafah leidde - voordat deze in tweeen werd gesneden door een grens die permanent werd gemaakt door de Camp David akkoorden. Het is nu een doodlopende weg met verschroeide huizen, dichtgetimmerde winkels, getekend door kogelgaten en af en toe een krater van Israelische tankgranaten.

Tijdens een wandeling naar het oosten langs de zandduinen kun je goed zien hoe Rafah van de grens wordt afgeduwd. Op een geploegd stuk land liggen tientallen ontwortelde jonge olijfbomen. Van het Rode Kruis en de VN krijgen ze alleen maar delegaties op bezoek maar geen materiaal om huizen te herbouwen. Er waren geen waarschuwingen gegeven. Bij het horen van de naderende bulldozers renden mensen weg uit hun huizen. Ze moesten hun spullen achterlaten. Die nacht werd een complete wijk aan de rand van het vluchteingenkamp weggevaagd. Tweeduizend vluchtelingen zijn door deze verwoesting voor de tweede of soms derde keer dakloos geworden.

We lopen als ramptoeristen door de omgeving. Bewoners dwalen door de verwoesting. Ze klimmen over puin en verwrongen staal. Ze verzamelen stukken hout en zijn op zoek naar spullen die nog te redden zijn. Er is weinig meer over van de inboedel. Ooggetuigen vertelde me dat de bulldozers s nachts om 2 uur de dichtbevolkte wijk binnen reden. Gebouwen werden neergehaald. In de striemende winterregen van januari moesten ze opnieuw op de vlucht.

Onderweg naar Erez in het noorden horen we een F-16 door de geluidbarriere breken. De taxichauffeur denkt dat dit een voorbode is voor een luchtaanval. Zijn angst wordt ’s avonds bevestigd. De Israëlische luchtmacht bombardeert gebouwen van de Palestijnse Autoriteit in Gaza. Tientallen Palestijnen en twee VN-medewerkers raken gewond.

De kinderen

Een paar maanden later ben ik opnieuw in Gaza. Samen met Palestijnse journalisten, VN waarnemers en mensenrechten experts loop ik door de dichtbevolkte woonwijk Daraj. In de nacht van 22 juli drukte een Israelische F-16 piloot op een knop, waarmee hij een bom van duizend kilo liet vallen op een gebouw van drie verdiepingen. Het was een luchtaanval in Gaza-stad, gericht op een lokale leider van Hamas, Saleh Shehadeh. Hij woonde met zijn gezin op de bovenste verdieping. Shehadeh, zijn vrouw en dochter waren op slag dood. De een ton wegende bom, afgeworpen op een appartementencomplex in het midden van de woonwijk, trof ook andere gezinnen en kinderen. Nog eens 150 mannen, vrouwen en kinderen raakten gewond.

De toenmalige minister van Defensie, Benjamin Ben-Eliezer, verklaarde eerst dat ze geen informatie hadden dat er burgers in het gebouw waren maar Dan Halutz gaf een jaar later toe dat zowel de regering als het leger op de hoogte waren en toch doorzette.

De familie Matar woonden in een bescheiden huis in de directe omgeving. Het huis is volledig verwoest. Ze hadden geen idee dat hun buurman een Hamas leider was. Dina, een baby van slechts twee maanden, was het jongeste slachtoffer. Ze verbleef met haar moeder Hanaa op de tweede verdieping. Hanaa overleefde het bombardement, gewond aan haar arm en met rug en beenwonden. Ze had in het ziekenhuis beschreven wat Dina aan had, zodat ze haar zouden kunnen herkennen in het puin.

Bijna twee dagen lang durfde niemand Hanaa te vertellen dat haar dochter was gedood. Ze werd in het ziekenhuis in de waan gelaten dat het goed ging met haar dochter. Toen ze het haar uiteindelijk vertelden, viel ze flauw. Hanaa’s zwager, Ra’ed, die ook op de twee verdieping was, verloor zijn vrouw en drie kinderen. Daila van 5, Mohammed zou die dag 3 worden. Zijn jongere zusje Iman was een jaar jong. Drie dagen na de luchtaanval werden nog steeds delen van hun kinderen uit het puin gehaald.

Mahaa was die avond laat wakker om te studeren voor een tentamen. Zij studeerde aan de uviersiteit. Haar moeder, zussen en neef zaten in een andere kamer en overleefden het bombardement. Maar net als van de rest van het huis is er van die kamer weinig meer dan puin. De familie trok in bij een tante.

Daraj is een bekende woonwijk. Het was ondenkbaar dat er bij zo’n bombardement geen kinderen zouden worden gedood. De meeste slachtoffers sliepen toen de bom viel. Een enkeling werd waker door het geluid van de F-16 anderen door een lichtflits en het donderen van de explosie. Er was iemand die dacht dat het een aardbeving was.

De Israëlische premier Ariel Sharon noemde de aanval van de Israëlische jachtbommenwerper een groot succes. Hij zei ook: "Natuurlijk hebben wij geen belang bij het doden van burgers en wij betreuren het als burgers worden geraakt". Maar de statistieken spraken hem tegen. Met bijna zeventienhonderd Palestijnse doden en rond de twintigduizend gewonden, waarvan het merendeel burgers, wie kon hem nog geloven?

We lopen met de groep door het puin. De huizen om de verwoeste gebouwen zijn beschadigd. Eigenlijk staan alleen de betonnen muren nog overeind. Alles wat daartussen zat, is door de explosie weggevaagd of verbrand. Terwijl sommige de krater bekijken, loop ik verderop met een paar kinderen naar de rand van het gebied.

Hoe kon zijn commandant de opdracht hebben gegeven, hoe kon de geheime dienst hem hebben vertreld dat het gebouw leeg was en hoe kon de bommenlader denken dat in een dichtbevolkt gebied zo’n zware bom nodig was? Hoe konden de Israelische chef-staf en zijn verantwoordelijke minister toestemming geven om midden in de nacht deze buurt op te schrikken en om een dag later te horen dat de premier het een geweldig succes vond?

De timing kon niet slechter. Een veelbelovend akkoord voor een staakt-het-vuren, omarmd door alle belangrijke facties, werd te niet gedaan. Het was duidelijk dat de aanval was goedgekeurd om een veelbelovend staakt-het-vuren, omarmd door alle Palestijnse facties, te torpederen.

In het arabisch vraag ik de kinderen hoe het met ze gaat. Ze vertellen over de nacht, de explosie, de angst, het geschreeuw en de doden en gewonden. Ze nemen me mee naar een tent die is opgezet als rouwplek. Daar hangen hun tekeningen. Het zijn tekeningen van de nacht. Ze wijzen naar de rode en zwarte potloodstrepen op het papier. Een cassettebandje met Koranrecitaties draait.


Veel kinderen in Gaza plassen in bed, kunnen niet slapen en klampen zich vast aan hun moeders. De gevolgen op de lange termijn van trauma zijn erger. Je hoeft je niet veel voor te stellen wat het met deze kinderen in de toekomst doet. Deze kinderen voelen zich extreem onveilig.

Deze kinderen, getuigen van gruwel daden, vertellen me wat ze later willen worden. Ze willen bij het verzet, zegt een klein ventje stoer. Ik wil strijden en mijn land verdedigen, zegt het mannetje naast hem. Ze hebben gezien dat hun ouders niet in staat waren hen te beschermen. Dat is funest voor hun ontwikkeling. Ze hebben nachtmerries, zijn agressief en bang, ze voelen zich onveilig en plassen in bed. De kinderen zoeken tevergeefs naar bescherming. Ze kunnen zich niet aan het geweld onttrekken. Het is triest dat deze kinderen later geen arts of leraar willen worden. Ze spelen op straat het conflict na. De ene groep speelt soldaat en de andere groep speelt martelaar. Ze dragen de laatste op handen en doen zo na wat ze dagelijks voor hun ogen zien gebeuren. Een leek zal denken dat dit kinderen gewelddadig maakt, maar psychologen zeggen dat ze op deze manier de werkelijkheid verwerken.

In 2008 tijdens een zoveelste Israelische aanval op Gaza werd Iyad’s centrum voor geestelijke gezondheidszorg gebombardeerd. De verwoesting was enorm. Hij zag er slecht uit en vond het moeilijk om het puin onder ogen te zien. Hij leed toen al aan leukemie. Vijf jaar later overleed hij aan de gevolgen daarvan. Eyad’s nalatenschap en zijn fundamentele overtuiging over menselijkheid is een weerstand die nooit kan worden weggevaagd.

In oktober 2023 werd het huis van Raji Sourani gebombardeerd. Hij ontsnapte met zijn vrouw en zoon aan de dood. Hij zou Gaza nooit verlaten maar was ervan overtuigd dat hij het zwijgen zou zijn opgelegd. Raji was een tijd onzichtbaar. Tot ik de hoorzitting bekeek van het Internationaal Gerechtshof in een zaak voorgelegd door Zuid Afrika. En daar zat hij. Als onderdeel van de Zuidafrikaanse delegatie van advocaten.

Spotify podcast player badge

Apple Podcasts podcast player badge

Podimo Podcasts podcast player badge

NRC Feed podcast player badge

RSS Feed podcast player badge